maandag 30 oktober 2017

Troje brandt, Sandro Veronesi

De jonge Salvatore ontsnapt uit het weeshuis van vader Spartacus, waar men zonder succes probeerde om zijn opstandige karakter te breken door harde straffen. Salvatore vlucht naar de Bouwput, een sloppenwijk aan de rand van de stad. 

Hier wordt hij onder de hoede genomen door de oude Homerus die misschien zijn moeder nog heeft gekend. Als Homerus overlijdt, is het Lontje die raad weet en Salvatore niet alleen een nieuwe naam, maar ook een middel van bestaan verschaft. Beide zijn niet bepaald legaal, maar in de bouwput maalt niemand daarom.

Jaren later woont de jonge Pampa in de Bouwput, in een uitzichtloze situatie. Zijn moeder is een hoer of in ieder geval een vrouw met vreemde werktijden en de enige reden dat zijn vader niet uit stelen gaat is omdat hij altijd dronken is. Pampa’s enige lichtpunten zijn voetballen en zijn vriendschap met Morgante, de stoerste jongeman uit de Bouwput die Pampa’s grote voorbeeld is.

Ondertussen is in het weeshuis vader Spartacus steeds fanatieker geworden in zijn wens om van het weeshuis een levende schrijn voor Maria te maken. Hij richt zich steeds meer op zijn lichtinstallaties en bekommert zich steeds minder om de dagelijkse gang van zaken van het weeshuis. Zijn reputatie als heilige groeit, maar tegelijkertijd lijkt het alsof vader Spartacus de grip op de wereld volkomen kwijt raakt.

Deze levens zijn met elkaar verbonden en raken elkaar, zeker als door een verschrikkelijk ongeluk Pampa zijn enige vrienden kwijt raakt en hij in het weeshuis terecht komt. Hij wil nog maar één ding, wraak nemen en dat zal verstrekkende gevolgen hebben.

Sandro Veronesi geldt als één van de bekendste hedendaagse Italiaanse schrijvers. Hij heeft vooral veel bekendheid gekregen met zijn prachtige roman Kalme Chaos, dat ook verfilmd is.

Troje brandt is een boek waar hij meer dan twintig jaar aan heeft gewerkt voor hij het wilde laten uitgeven. Veronesi heeft het geschreven en herschreven, heeft geschrapt en toegevoegd en dit is het, volgens mij, meer dan mooie resultaat.

Ik heb dit boek in 2009 voor het eerst gelezen het was mijn eerste kennismaking met Sandro Veronesi. Ik heb het laatst herlezen en ik vond het nog altijd heel erg mooi. Dat is altijd fijn, niets is zo naar als een boek herlezen waar je goede herinneringen aan hebt en dat het dan tegenvalt. Maar nee, opnieuw werd ik gegrepen door het verhaal en ik vond het leuk te merken dat sommige dingen me nu beter opvielen.

De twee verhalen van de jongens, Salvatore en Pampa vormen een echo van elkaar, en samen maken zij de cirkel rond, dit vond ik heel mooi beschreven. De twee die zoveel op elkaar lijken en met elkaar verbonden zijn, terwijl er natuurlijk ook allerlei dingen zijn die niet kloppen en heel erg fout zijn in hun relatie tot elkaar. 

Je kunt je echter volkomen voorstellen hoe dingen lopen, en hoe mensen toch een sprankje liefde en aanhankelijkheid zoeken, waar ze dat ook maar kunnen vinden. Ik ben hier misschien een beetje vaag in mijn beschrijving, maar ik wil niet teveel weggeven van de verwikkelingen in het verhaal.

De gekte van vader Spartacus loopt steeds verder op, tot het uiteindelijk wel fout móet lopen. De manier waarop dit wordt beschreven, vormt een knappe achtergrond van de verhalen uit de Bouwput. 

Aan de ene kant is vader Spartacus in zijn weeshuis afgesloten van de wereld en volkomen gericht op het Hemelse, maar zonder hem zouden de verhalen van Salvatore en Pampa niet zijn zoals ze zijn. Troje brandt eindigt in een vuurzee die zijn weerga niet kent. Het weeshuis en vader Spartacus zullen vergeten worden, net zoals de levens uit de Bouwput verder gaan zonder Pampa en zijn vrienden. 

Sandro Veronesi kan ongelofelijk mooi schrijven, zo weet hij de spanning razend knap op te bouwen in de scene waarin het mis gaat, waarin tegelijkertijd een voetbal finale wordt gespeeld. Dit wordt met elkaar verweven zodat je als lezer steeds sneller gaat lezen, omdat je meegaat in het tempo van die momenten.  

De periode daarna, als Pampa in een soort dierlijke staat helemaal alleen moet zien te overleven, is hartbrekend. Het mooie vind ik dat Sandro Veronesi in staat is om dit heel helder te beschrijven, zonder sentimenteel of juist heel barok te worden.

Tegelijkertijd zijn er naast het gewone verhaal natuurlijk de diepere lagen te vinden. Zo kun je bijvoorbeeld de vergelijking met de wederopbouw van Italië en de teleurstelling die dit brengt, maken. Maar ook de mythe van Troje is verweven met dit verhaal, de indringer die niemand verdenkt, maar die wel zal zorgen voor de val van Troje.

Troje brandt is misschien niet het bekendste boek van Sandro Veronesi, maar voor mij is het wel een van zijn boeken die je gelezen moet hebben.

Originele Italiaanse titel: Brucia Troia (2007)
Nederlandse uitgave 2008 door uitgeverij Prometheus
Nederlandse vertaling: Rob Gerritsen
Bladzijdes: 247

vrijdag 27 oktober 2017

Penny Dreadful (2014-2016)

Een penny dreadful was in de 19e eeuw een goedkoop sensatieblaadje, dat grossierde in griezelige verhalen vol monsters en enge dingen, bloed en narigheid.

De serie Penny Dreadful is misschien te karakteriseren als Victorian gothic.

Het verhaal begint als Vanessa Ives (Eva Green) en ontdekkingsreiziger Sir Malcolm Murray (Timothy Dalton) de Amerikaanse scherpschutter Ethan Chandler (Josh Hartnett) inhuren.

Ze zijn op zoek naar de dochter van sir Malcolm, die in de handen is gevallen van vreemde wezens, maar al snel blijkt dat er meer aan de hand is. Het verhaal dat verteld wordt over drie seizoenen, draait meer en meer om Vanessa Ives. Zij is een diep religieuze vrouw, die echter de aandacht heeft getrokken van zowel Lucifer als Dracula, die haar beiden als hun bruid willen.

Gelukkig krijgt ze hulp in de strijd tegen dit kwaad, niet alleen van Malcolm en Ethan, maar ook door dokter Frankenstein (Harry Treadaway) of de charmante Egyptoloog meneer Lyle (Simon Russell Beale). 

Ja, Penny Dreadful is een horrorserie, maar het is een geweldig goede serie. De verhaallijnen zitten heel knap in elkaar en worden mooi met elkaar verweven, waarbij allerlei elementen van bekende 19e en 20e eeuwse verhalen bij elkaar komen, van klassiekers als Dracula tot Phantom of the Opera. Verder zijn er vampiers, weerwolven, enge heksen en mensen die vreselijke dingen doen.

Zitten er enge momenten tussen? Absoluut, maar ik ben geen grote horrorfan en zelfs voor mij zat er maar één scene in het derde seizoen in waarin ik het wat teveel van het goede vond worden.
Ethan Chandler (Josh Hartnett) en Vanessa Ives (Eva Green)
Bovendien gaat het in deze serie niet bepaald om de ‘guts and gore’, maar om de ontwikkeling van de personages. Vanessa Ives moet haar geloof zien te behouden en het kwade weerstaan, en krijgt gelukkig de hulp van haar vrienden. Sir Malcolm die een soort vader voor haar is en Ethan Chandler die van haar houdt. En juist daarom is hij degene die op het einde een hartbrekende beslissing moet nemen.

Een bijzondere rol is wat mij betreft weggelegd voor het zogenaamde monster van Frankenstein (de geweldige Rory Kinnear), die uiteindelijk de meest menselijke van iedereen blijkt te zijn, met een diep inzicht in de harten en handelingen van de mensen die hij tegenkomt.  
John Clare/monster (Rory Kinnear)
Zijn vriendschap met Vanessa Ives en de diepgaande gesprekken die zij samen voeren, vormen hoogtepunten in de serie.

Er zijn sowieso een paar afleveringen in deze serie die wat mij betreft hoogtepunten in televisiegeschiedenis vormen. De afleveringen die de achtergrond geven van Vanessa Ives zijn prachtig gedaan, maar absoluut geweldig is Blade of Grass in seizoen drie, dat zich volledig afspeelt in een gecapitonneerde cel van een inrichting. Eva Green en Rory Kinnear zijn de enige twee acteurs in deze aflevering, en bewijzen hier dat zij in staat zijn om de aandacht volkomen vast te houden, zo goed is hun spel.
Vanessa Ives (Eva Green) en John Clare (Rory Kinnear) (Blade of grass)
Voor mij had Dorian Gray (Reeve Carney) een grotere rol mogen krijgen, maar tegelijkertijd is het duidelijk dat hij slechts een toeschouwer is, want voor iemand die onsterfelijk is, zijn alle gebeurtenissen slechts herhalingen van alles wat hij al tientallen malen heeft gezien. En eerlijk gezegd kan het hem niet zo heel veel boeien.
Als de bruid van Frankenstein een feministische revolutie wil beginnen, grijpt hij in. Niet omdat hij er moreel problemen mee heeft, maar omdat het hem verveelt.
Dorian Gray (Reeve Carney) en Vanessa Ives (Eva Green)
Ik had eerlijk gezegd niet verwacht dat ik Penny Dreadful zo ontzettend goed zou vinden, en hoewel ik de serie op Netflix heb gezien, heb ik die ondertussen ook op DVD gekocht, omdat ik zeker wil weten dat ik weer opnieuw kan kijken wanneer ik maar wil.

Het is geen serie die iedereen zal bevallen, maar als je je niet af laat schrikken door het predicaat ‘horror’, is hier heel veel moois te vinden. 

maandag 23 oktober 2017

Wat het hart verwoest, John Boyne

Cyril Avery werd door een gebochelde non van zijn biologische moeder naar zijn adoptieouders gebracht.

Zijn moeder was een ongehuwd meisje van zestien en in het Ierland van 1945 was dit een grote schande. Zij werd door de pastoor van het dorp publiekelijk te schande gezet en haar ouders hadden meteen haar koffers ingepakt en haar op straat gezet.

Cyril groeide op in een vreemd gezin. Zijn adoptieouders, Charles en Maude trokken zich weinig van hem aan. Zoals Charles altijd tegen hem zei ‘je bent tenslotte geen echte Avery’. 

Charles kwam enkele keren in de gevangenis wegens belastingontduiking en Maude was een schrijfster die het vreselijk vond dat ze steeds meer lezers kreeg, want populariteit was vulgair. 

Af en toe herinnerden ze zich dat ze een zoontje hadden, al wisten ze ook niet precies wat ze met hem aan moesten als ze hem toevallig in het huis tegenkwamen, als een vreemde huisgenoot.

Maar toen ontmoette Cyril Julian en een vriendschap voor het leven was geboren. Julian was alles wat Cyril niet was, flamboyant, extravert en charmant en hij zou een onverbeterlijke rokkenjager worden. Cyril besefte op een gegeven moment dat hij meer voelde voor Julian dan alleen vriendschap, maar hij wist ook dat hij deze gevoelens voor zichzelf moest houden.

Homoseksueel zijn in Ierland in de jaren ’50, ’60, en ’70 was niet gemakkelijk. Het was streng verboden en werd door de meeste mensen gezien op zijn minst als een weerzinwekkende schande en vaak ook nog als een misdaad. Het was in ieder geval niets iets waar je voor uit kon komen. Het bleef bij heimelijke ontmoetingen en snelle momenten, altijd in het donker en altijd op je hoede. Altijd met angst voor de ontdekking.

Zoals een arts Cyril op een gegeven moment vertelde ‘U kunt niet homoseksueel zijn, want homoseksualiteit bestaat niet in Ierland’.

Cyril schaamde zich voor zijn verborgen leven en wilde ‘normaal zijn’, zoals de meerderheid. Hij eindigde zelfs nog voor het altaar om te trouwen, maar besefte later ook dat dit geen oplossing was. 

Hij vluchtte weg. Via Amsterdam, waar hij de liefde van zijn leven ontmoette, naar New York in de jaren ’80 tijdens het hoogtepunt (of liever, het dieptepunt) van de AIDS epidemie.

Toen hij naar vele jaren weer in Dublin terug kwam, moest hij proberen de eindjes van zijn leven weer bij elkaar te krijgen en de gevolgen van sommige keuzes onder ogen te zien.

Wat het hart verwoest is een vuistdikke pil van 600 pagina’s, die geen moment verveelt en geen moment inzakt. Ik heb dit boek gisteren in één ruk uitgelezen en ik heb er hardop bij gelachen en op sommige momenten heb ik gehuild.

John Boyne stelt in dit verhaal de hypocrisie aan de kaak van de grote instituten als Kerk en Politiek, waar zo veel veroordeeld wordt en soms zo weinig begrip te vinden is. Waar de macht belangrijker is dan liefde.

En tegelijkertijd is het een ode aan de mensen die tegen de gevestigde orde ingaan. De mensen die medemenselijkheid hoger aanslaan dan de regeltjes van de maatschappij en het durven om hun eigen hart te volgen. 

Cyril ontmoet meer dan genoeg van dat soort mensen, gelukkig maar. Zijn leven is niet heel gelukkig en hij maakt zijn portie verlies en ellende wel mee. Maar tegelijkertijd is er hoop en liefde en menselijke warmte en ook Cyril eindigt met meer familie om zich heen dan hij ooit had kunnen hopen.

Wat het hart verwoest is een episch verhaal dat tachtig jaar omspant en zich afspeelt in drie verschillende landen. Heel mooi laat John Boyne af en toe de lijntjes van verschillende levens elkaar raken, dat zou misschien soms wat al te toevallig kunnen zijn, maar het stoort absoluut niet. 

De personages zijn levensecht en de dialogen zijn levendig en bij tijd en wijle zo absurd dat je er heel hard om moet lachen. Want ondanks het zware onderwerp, is het beslist geen zwaar boek. Wat het hart verwoest is hartverwarmend, ontroerend en verschrikkelijk grappig.
Groots.

Originele titel: The heart’s invisible furies (2017)
Nederlandse uitgave 2017 door uitgeverij Meulenhoff
Nederlandse vertaling Reintje Goos, Jan Pieter van der Sterre
Bladzijdes: 603

vrijdag 20 oktober 2017

Niet gepland

Ik had voor vandaag een heel ander stukje willen schrijven. Ik wilde vandaag een artikeltje inplannen over de mooie serie die ik laatst heb gezien, of over Saint Denis in Parijs (ik was er nog niet helemaal uit).

Maar het liep een beetje anders deze week. Niet alleen kon/mocht ik deze week onverwacht mee met de schoolreis naar Parijs waardoor ik in korte tijd toch weer heel wat moest regelen, afgelopen zondag kwam ik erachter dat we vlooien hadden. Silvia is weliswaar een binnenpoes, maar het schijnt dat ik ook een loslopende vlo mee naar binnen heb kunnen nemen. En één is genoeg.

In plaats van de zondagmiddag te kunnen besteden aan uitrusten, en lekker op mijn gemak de laatste dingen voor Parijs bij elkaar te zoeken, heb ik bijna onafgebroken moeten sprayen, stofzuigen en zo'n beetje alles gewassen wat er in huis maar te vinden was.

Mijn grote angst is dat ik vanmiddag thuis kom in een huis dat is overgenomen door de vlooien omdat ik niet genoeg heb gedaan, maar ik hoop dat mijn inspanningen genoeg zijn geweest en dat ik de vlooien te pakken heb.

Ik heb iig hopelijk wel weer een mooie reis naar Parijs achter de rug, dat is heel erg fijn.
De stukjes over Saint Denis en die geweldige serie krijgen jullie nog van me te goed! Voor vandaag alleen een foto. Niet van een vlo.
Parkje in Parijs (zomer 2017)

woensdag 18 oktober 2017

maandag 16 oktober 2017

De acht bergen, Paolo Cognetti

Volgens een Nepalese legende staat er in het middelpunt van de wereld een berg, Sumeru, en daaromheen zijn acht zeeën en acht bergen. Sommige mensen reizen langs alle acht bergen, anderen bereiken de top van de Sumeru. 

De vraag is wie er meer van de wereld heeft gezien of wie een voller leven leidt; degene die alleen de top van één berg ziet die wel het centrum vormt, of degene die alle bergen beklimt?

De ouders van Pietro houden van de bergen en hoewel ze in Milaan wonen, huren ze in de zomer een huisje in een dorp in de Italiaanse alpen. Zijn moeder hoopt hier een mooier en eenvoudiger leven terug te vinden dat ze nooit hebben gehad omdat ze naar de stad zijn verhuisd, en voor zijn vader is het de gelegenheid om eindelijk zijn geliefde bergen in te trekken. Tegelijkertijd wordt ook duidelijk dat het leven in zo’n dorp weinig toekomst kent en hard en gevaarlijk kan zijn.  

Pietro’s vader is geen gemakkelijke man; hij heeft een hekel aan zijn werk en het leven in de stad en is eigenlijk alleen maar echt gelukkig als hij in de bergen is. Hij neemt zijn zoon als die oud genoeg is mee, maar erg gezellig zijn die tochten niet. Voor vader telt alleen het bereiken van de top en klagen over vermoeidheid of een te lang stuk is streng verboden. De strijd om de top te bereiken lijkt wel een beetje op de strijd die vader constant in zijn leven voert.

Pietro sluit in het dorp vriendschap met een jongen van zijn eigen leeftijd, Bruno en deze vriendschap zal de komende jaren blijven bestaan. Voor de vader van Pietro is Bruno eigenlijk de zoon die beter bij hem past, net zo zwijgzaam en gericht op het bergleven.
Als ze ouder worden, komt Pietro niet meer elke zomer naar het dorp en groeien de jongens uit elkaar.

Bovendien zet Pietro zich af tegen zijn vader en als hij zestien is, weigert hij nog langer mee te gaan op diens uitputtende bergtochten. De verwijdering tussen vader en zoon wordt zo groot, dat ze uiteindelijk jarenlang bijna niet meer met elkaar praten.

Pas als vader dood gaat, eenzaam in een auto langs de kant van de weg, wordt niet alleen de vriendschap met Bruno hersteld, maar kan Pietro ook in het reine komen met de herinnering aan zijn vader.

De acht bergen is een bijzonder mooie en fijngevoelige roman over volwassen worden, vriendschap en leren leven met verlies.

Ik vind het altijd fijn als de technische details van iets (in dit geval bergbeklimmen) het verhaal niet in de weg staan. Hier worden net genoeg details gegeven om het realistisch te maken, maar je bent geen handboek aan het lezen. De beschrijvingen van de wilde natuur en de bergwandelingen vormen een integraal onderdeel van het verhaal.

Mooi wordt de relatie tussen Pietro en zijn vader beschreven, moeizaam maar tegelijkertijd weet Pietro als hij zelf volwassen is bepaalde kanten van zijn vader weer te waarderen. De herinneringen die Bruno aan zijn vader heeft, helpen daar zeker bij.

Pietro en Bruno blijven al die jaren vertrouwd met elkaar, al spreken ze elkaar soms jarenlang niet. Hun levens liggen mijlenver uit elkaar. Bruno kent alleen het leven op de alm en wil voelt zich steeds minder thuis in het dal tot hij eigenlijk helemaal niet meer af wil dalen, terwijl Pietro weliswaar van het eenvoudige bergleven houdt, maar na een korte periode weer verder wil en op reis gaat. 

Voor Bruno is het leven in de bergen begin- en eindpunt, voor Pietro is het een rustpunt waar hij af en toe naar terug keert. Toch wordt ook hij natuurlijk gevormd door zijn ervaringen in de bergen en die liefde die zijn ouders hem hebben bijgebracht, als een rode draad blijft dit door zijn leven lopen.

Paolo Cognetti heeft al eerder boeken geschreven en is ook documentaire maker. Dit laatste is wel een beetje te merken in de beeldende manier waarop hij schrijft, de bijna lyrische manier waarop het berglandschap wordt beschreven. Vooral de tegenstelling tussen de eeuwige bergen die er al duizenden jaren zijn en nog duizenden jaren zullen blijven en hoe wij mensen proberen om invloed op ons leven uit te oefenen vormt de subtiele onderlaag van dit verhaal.

Prachtige zinnen en mooie beelden wisselen elkaar af en vormen met elkaar een schitterende roman. Het is naar mijn idee dan ook geen wonder dat De acht bergen de Premio Strega heeft gewonnen. 
Paolo Cognetti is een Italiaanse schrijver om in de gaten te houden.

Originele Italiaanse titel: Le otto montagne (2016)
Nederlandse uitgave 2017 door uitgeverij De bezige bij
Nederlandse vertaling: Yond Boeke en Patty Krone
Bladzijdes: 239

vrijdag 13 oktober 2017

Hollandse meesters, oogappels van de tsaren

Flora, Rembrandt
Sinds 7 oktober is in de Hermitage in Amsterdam een bijzondere tentoonstelling te zien. De tsaren van Rusland waren erg gecharmeerd van de Nederlandse schilderkunst en verzamelden die met veel enthousiasme.

Het begon al met Peter de Grote die een paar Rembrandts meenam naar huis, maar vooral Catharina de Grote was verwoede verzamelaarster die heel wat schilderijen heeft opgekocht. Deze schilderijen vormen een belangrijk deel van de expositie in de Hermitage in Sint Petersburg.

Maar voor de komende acht maanden zijn er meer dan zestig werken van zo'n vijftig Nederlandse schilders uit de 17e eeuw in Amsterdam te zien.

De waarde van deze schilderijen is enorm, en het transport moest dan ook in gedeeltes worden gedaan, om het risico van verlies of vernieling tegen te gaan. Sommige schilderijen zijn via het vliegtuig gekomen, het grootste gedeelte in verschillende vrachtauto's via de weg, mét politie-escorte.

In de tentoonstelling is een belangrijke plek is ingeruimd voor in totaal zeven schilderijen van Rembrandt, waaronder De jonge vrouw met de oorbellen en natuurlijk Flora. Deze werken hebben echt een ereplek gekregen in de grote zaal. Op de tweede verdieping is de verzameling een beetje thematisch gehouden, zoals ook de schilders in de Gouden Eeuw zich specialiseerden in verschillende onderwerpen zoals stillevens, vogelgroepen (heel snoezig) of huiselijke tafereeltjes.

Ik vond de stillevens zoals altijd schitterend en heel fijn was het om een schilderij van Gerrit van Honthorst te zien. Sinds ik hem in Florence bij een tentoonstelling heb ontdekt, vind ik zijn werken steeds mooier worden.

In de vormgeving van de tentoonstelling zie je heel duidelijk dat de inspiratie komt van de schilderijen uit de Gouden Eeuw, zo zie je het mooie leerbehang terug en de geblokte tegelvloeren die je van elk schilderij herkent. Deze vloeren zijn voor de tentoonstelling met de hand gemaakt.

Er zijn niet alleen werken uit de Hermitage uit Sint Petersburg te zien, maar er zijn ook bruiklenen van onder andere het Rijksmuseum en het Mauritshuis. Dit zijn schilderijen die bijvoorbeeld eerst wel in Sint Petersburg waren en in de 20e eeuw door de communisten weer zijn doorverkocht en op die manier terug kwamen in Nederland, of het zijn schilderijen die horen bij één van de werken die uit Rusland zijn gekomen en zo een mooie aanvulling vormen.
Jonge vrouw met de oorbellen, Rembrandt
Het is een bijzondere tentoonstelling en voor mij was het bezoek dit jaar extra bijzonder, want ik ben dit jaar lid geworden van de Vriendenvereniging van de Hermitage. Van de opbrengst van de Vriendenvereniging kan het museum bepaalde zaken betalen, zoals de restauratie van een schilderij of nieuwe lijsten.

En als vriend heb je zelf natuurlijk ook bepaalde voordelen, zoals onbeperkte gratis toegang tot de grote tentoonstelling (en je hoeft niet in een eventuele rij te staan), korting in de winkel en het restaurant én bij een nieuwe tentoonstelling wordt er een zogenaamde 'Vriendendag' gehouden. Hier kun je als een van de eersten de nieuwe tentoonstelling bekijken en bij een korte lezing wat extra informatie horen over de achtergrond van het geheel.

Hier was ik dus afgelopen zaterdag en ik vond het heel mooi om zoveel mensen bij elkaar te zien die dit geweldige museum een warm hart toe dragen. Dat het vervolgens wel een beetje heel erg druk op de tentoonstelling zelf was, was iets minder, maar dat had ik kunnen verwachten.

Er wordt veel drukte verwacht, dus is er iets nieuws geïntroduceerd; het tijdslot. Online kun je kaarten reserveren voor een bepaalde tijd, op die manier wordt de entree een beetje gespreid.
Let wel op, de toegangsprijs is voor deze tentoonstelling ook iets verhoogd.
Maar ja, voor schilderijen die na meer dan 300 jaar weer even thuis zijn, mag je wel iets overhebben!

woensdag 11 oktober 2017

Groninger humor

Ik weet niet of er iemand die niet uit het noorden komt, deze grap begrijpt, maar ik heb er ontzettend hard om gelachen toen ik even doorhad dat het geen Indische naam is oid, maar dat je het hardop uit moet spreken...

maandag 9 oktober 2017

De trein naar Pavlovsk en Oostvoorne, Toon Tellegen

De grootvader van Toon Tellegen van moederskant, kwam uit Rusland. In 1918, na de Russische Revolutie, kwam hij naar Nederland met zijn gezin. 

Toen Toon dertien was overleed zijn opa, maar in de jaren daarvoor had opa hem wel allerlei verhalen verteld. Verhalen over Rusland, over mensen die vreemde dingen meemaakten en andere, vreemde mensen ontmoetten.

Verhalen over de tsaar die een neushoorn cadeau kreeg, een koopman die ervan overtuigd was dat zijn ziel een blauwe vlinder was, een beer die een ontstopbare honger had, de koorddansers van het circus, de Judassen die zich met Pasen ophingen en de sigarenhandelaar die van Christus een opdracht kreeg. 

Er is een verhaal over een dichter, over een neef die gek werd, over een tsaar die de honden van Rusland inzette tegen de Zweden en hoe de sprookjes in Rusland precies anders lopen dan je zou verwachten.

Het zijn verhalen vol herinneringen over Rusland, over de geschiedenis van het land en de familieleden die zijn achtergebleven of zijn overleden. De verhalen lopen niet vaak goed af en soms lopen ze helemaal niet af, dan kan grootvader de woorden niet vinden om het verhaal af te maken. En kleine Toon is nog te jong om door te vragen wat opa nu precies bedoelt met zijn verhaal.

Ondanks de bizarre wendingen komen er in de verhalen mooie levenslessen aan bod en zijn er natuurlijk meerdere lagen te ontdekken.  
‘Als je je middenin het verdriet bevindt,’ zei hij, ‘kun je je je niet voorstellen dat je ooit niet verdrietig zult zijn. Maar als je je middenin het geluk bevindt, besef je altijd dat het zo weer voorbij kan zijn.’

Soms pakt opa de atlas om te vertellen over Rusland en bij elke stadsnaam geeft hij bijzonderheden, waar een veldslag was uitgevochten of waar de beste smeden van Rusland wonen.
‘Daar begint de steppe…’
Als hij het woord steppe zei wist ik dat hij de atlas dicht zou slaan en niet meer over de steden zou spreken.
Ik was toen nog klein en wist niet wat weemoed en verlangen waren. En de enige pijn die ik kende was die van een gat in mijn knie, een oorontsteking en een zwerende vinger.

Het zijn prachtige verhalen, vol verdriet en bitterheid, en inderdaad vol weemoed en verlangen. Het verlangen van iemand die gedwongen is in een ander land te leven dan zijn geliefde geboorteland, al was daar ook veel mis. 

De trein naar Pavlovsk en Oostvoorne is een bijzonder bundeltje met verhalen, dat sterk in de Russische traditie van bijvoorbeeld Tsjechov staat. Ik heb het met heel veel plezier gelezen en ik denk dat iedereen die van Russische verhalen houdt, hier van kan genieten.

Uitgegeven in 2000 door uitgeverij Querido
Bladzijdes: 187

vrijdag 6 oktober 2017

Pepergasthuis

Het Pepergasthuis is één van de oudste hofjes in de stad Groningen. Het werd in 1405 gesticht en was in de eerste instantie bedoeld voor de opvang van pelgrims, die de relikwie van Johannes de Doper in de Martinikerk kwamen bezoeken.

Er werd voor de pelgrims in het gasthuis een eigen kerkje gesticht, genoemd naar de heilige Gertrudis van Nijvel, beschermheilige van reizigers. De officiële naam van het gasthuis was toen ook Geertruidsgasthuis, maar de meeste Groningers kenden het als het Pepergasthuis, gelegen aan de Peperstraat.

Na de reformatie was het niet langer een plek voor pelgrims, maar konden oudere stadbewoners hier een huisje kopen om tot het einde van hun leven verzorgd te worden. Bovendien werd een deel in gebruik genomen als Dolhuis, dit duurde tot 1702 toen er voor hen een nieuw gasthuis kwam.

Tegenwoordig is het hofje nog altijd in gebruik, de huizen zijn gerenoveerd en opgeknapt en het is een heerlijke plek om te wonen. Maar het is ook heel fijn om er als bezoeker even rond te lopen en te genieten van de rust van dit prachtige hofje.





woensdag 4 oktober 2017

maandag 2 oktober 2017

Het verlangen te zijn als alle anderen, Francesco Piccolo

Een mens staat nooit alleen, een mens wordt gedefinieerd in zijn of haar relatie ten opzichte van andere mensen. De gebeurtenissen uit de grote wereld hebben invloed op het leven van zelfs de meest teruggetrokken mensen. 

Een kind heeft hier nog geen weet van, voor een kind begint en eindigt de wereld met zichzelf. Maar er komt een moment dat ook een kind beseft dat het deel uitmaakt van iets groots en dat je nooit alleen staat, nooit alleen leeft.

De hoofdpersoon van dit verhaal beseft zich dit als hij negen is en ’s avonds met zijn vriendjes het park is ingeslopen. Hij was niet de eerste of de enige en zou ook niet de laatste zijn die op dat bankje zat en opeens was hij verbonden met al die andere mensen die in het park kwamen.

Daarna blijkt dat de wereld van invloed is op hemzelf, als door een choleraepidemie de vakantie wordt afgebroken, of als hij communist wordt als hij samen met zijn vader de wedstrijd tussen West- en Oost-Duitsland ziet en medelijden krijgt met de Oost-Duitsers.
En er was nog iets: de trainer en de spelers op de bank van Oost-Duitsland droegen een doodeenvoudig lichtblauw trainingspak, zoals ik ook zou kunnen hebben, met een enorme opdruk DDR, die eruitzag alsof de moeders van de spelers die erop hadden genaaid, precies zoals mijn moeder een rugnummer op mijn shirt naaide.

Het boek is verdeeld in twee gedeeltes, in het eerste deel gaat het over de jeugd van de hoofdpersoon, van wie we de naam trouwens niet te weten komen. De politiek wordt steeds belangrijker voor hem en de gebeurtenissen in Italië vormen zijn geweten en persoon. Zijn communisme verlaat hem niet meer, net zo min als zijn bewondering en genegenheid voor Berlinguer, de leider van de Italiaanse communistische partij. Vooral de oprechtheid van Berlinguer spreekt hem aan.

De communistische partij was sinds de Tweede Wereldoorlog behoorlijk groot in Italie, maar was steeds uitgesloten bij het regeren. In de jaren ’70 is er kans op een compromis, als Aldo Moro van de Christendemocraten onderhandelt met Berlinguer, maar dit eindigt in het niets als de Rode Brigades Aldo Moro ontvoeren en vermoorden, een gebeurtenis waardoor iedereen wel partij moet kiezen.
Die ochtend zou geen enkele Italiaan zijn eigen afzonderlijke bestaan kunnen onttrekken aan zijn deelname aan de gemeenschap. Iedereen, zelfs de meest onbewuste mensen, werd die dag noodgedwongen voor de tweede keer geboren.

In het tweede deel van het boek is de hoofdpersoon volwassen geworden en ziet hij steeds meer de smerigheid van de politiek. Het idealisme van de jeugd is een beetje verdwenen, niet alleen door de opkomst van Berlusconi en het netwerk van corruptie dat werd blootgelegd tijdens de Operatie Schone Handen, maar ook omdat hij volwassen wordt en trouwt. En praktisch wordt.

Wat bijzonder grappige dilemma’s oplevert als je illegaal wat tussenverdiepingen in je huis hebt gebouwd. Stem je links zoals je geweten het zegt, terwijl je dan waarschijnlijk je eigen tussenverdiepingen moet afbreken, of stem je rechts in de hoop dat die tussenverdiepingen met rust gelaten worden? Of stem je links in de hoop dat rechts wint?

Op allerlei momenten komen politiek en persoonlijk leven en de tegenstellingen en de overeenkomsten hiertussen aan bod, en dan ook nog eens heel mooi verwoord. Hoe was de politieke situatie in Italië in de jaren ’70, ’80 en ’90 en hoe kun je je als mens daarin zo goed mogelijk staande houden? En hoe verander je als je ouder wordt, wat voor invloed heeft de wereld dan nog op jou en jij op de wereld om je heen?

Het verlangen te zijn als alle anderen is een prachtige Italiaanse roman vol lagen, waarin het politieke gedeelte geen moment saai wordt, omdat het zo goed verteld wordt en zo goed past binnen het verhaal en zo mooi verweven is met het leven van de hoofdpersoon. Heel bijzonder en het is wat mij betreft dan ook geen wonder dat Francesco Piccolo met die boek in 2013 de Premio Strega won.

Originele titel: Il desiderio di essere come tutti (2013)
Nederlandse uitgave 2017 door uitgeverij Wereldbibliotheek
Nederlandse vertaling: Miriam Bunnik en Mara Schepers
Bladzijdes: 303

zondag 1 oktober 2017

Muziek op zondag (14)

Soms zit ik een beetje rond te neuzen op Youtube en van de week kwam ik deze weer tegen. Een prachtige melodie, een prachtige stem en een prachtige tekst.
Leningrad, van Billy Joel
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...