maandag 30 januari 2017

De levens van Jan Six, Geert Mak

Elke familie is een oude familie en iedereen heeft een lange rij voorouders. Maar meestal weten we hier niet zoveel vanaf. We weten misschien hoe opa en oma elkaar ontmoet hebben en hebben wat vage verhalen over een verre oom die naar de Oost is gevaren en daar eindigt het dan ook wel.

Een familie die zonder mankeren de hele stamboom tot in de 17e eeuw kan traceren en bovendien ook nog allerlei tastbare herinneringen heeft aan al die voorgaande generaties, zie je niet veel.

De familie Six in Amsterdam is zo’n familie en Geert Mak heeft de afgelopen jaren onbeperkte toegang gehad tot hun familiearchief en alle medewerking van de familie die herinneringen deelden aan het recente en niet zo recente verleden.

De protestantse familie Six kwam uit Noord Frankrijk, maar vluchtte tijdens de 16e eeuw naar het noorden, waar ze in Amsterdam terecht kwamen. Op dat moment was de Nederlandse opstand gaande, waarbij de Nederlanden streden tegen Spanje en in heel Europa waren er godsdienstige conflicten tussen katholieken en protestanten.

Charles Six was verver en lakenhandelaar en een goede zakenman. Er werd veel geld verdiend, de reputatie van de familie groeide en zijn kleinzoon, de eerste Jan Six, was klaar om een vooraanstaande positie in Amsterdam in te nemen.

Jan Six I
Hij raakte bevriend met onder andere Joost Vondel en Rembrandt van Rijn. Een portret gemaakt van Rembrandt laat deze vriendschap goed zien. Dit is het enige portret van Rembrandt dat nog in het bezit is van de familie van de oorspronkelijke opdrachtgever. 

Jan Six was geïnteresseerd in kunst, literatuur en filosofie. Hij verzamelde schilderijen, tekeningen en allerlei andere kunstzinnige dingen en zijn verzameling vormt de basis van de kunstcollectie die de familie tot op de dag van vandaag beheert.

Jan Six trouwde met de dochter van de befaamde Nicolaas Tulp, geneesheer (bekend van het schilderij De anatomische les) en magistraat van de stad die meerdere malen burgermeester is geweest. Door de connecties van zijn schoonvader, kreeg ook Jan functies in het stadsbestuur en hij is zelfs een keer burgemeester geworden. 
Jan Six door Rembrandt
Geschiedenis van Nederland
De geschiedenis van de familie Six is tegelijkertijd een geschiedenis van de Nederlanden.
Tijdens de 17e eeuw, de Gouden Eeuw, bloeiden de Nederlanden, maar vooral Amsterdam. De Republiek der Nederlanden was geen eenheid en de gewesten gebruikten nog hun middeleeuwse privileges. Er was geen centraal gezag en hoewel soms de stadhouder en soms de raadspensionaris van Holland meer te zeggen had, gingen steden als Amsterdam gewoon hun eigen gang. 

Aan de ene kant is Amsterdam in die tijd een middeleeuwse stad te noemen, terwijl het tegelijkertijd een voorbeeld van vooruitgang en welvaart was, een stad waar de handel bloeide en er geld als water werd verdiend. 

Het was een stad waar een groot deel van de bevolking echter in bittere armoede leefde (het was beslist geen Gouden Eeuw voor iedereen), en de predikanten ruzie maakten over welke opvattingen binnen het Calvinisme nu de boventoon moesten voeren.

In de generaties na Jan Six I zie je de familie veranderen, samen met de rest van de Nederlanden. In de eerste helft van de18e eeuw zijn er dik gevreten regenten te vinden die elkaar de beste baantjes toeschuiven en de familie Six had binnen die kliek een vaste plek.

Deze nieuwe patricische generatie is er trots op dat ze nooit hebben hoeven werken en doet er alles aan om de status quo in stand te houden. De soberheid van de eerste periode van de Republiek is ingeruimd voor praalhanzerij en verkwisting.

Eind 18e eeuw komen de patriotten en daarna de Fransen met Napoleon. Opeens is de naam alleen niet meer belangrijk om een baantje te krijgen, er wordt gekeken naar vaardigheden en kunde. De regenten in Amsterdam moeten er aan wennen, maar de familie Six weet zich hierin te redden. 

Als Nederland in 1813 een koninkrijk wordt, weet de familie met succes bij het hof aan te tonen (ondanks enige twijfel) dat ze niet in de adelstand verheven hoeven te worden, omdat hun adellijke titel al bestond.

In de 19e en 20e eeuw is de naam Six nog altijd gerespecteerd in Amsterdam en je kunt beslist niet meer zeggen dat zij hun positie alleen hebben op basis van hun naam. De laatste generaties hebben daadwerkelijk iets toegevoegd, hadden en hebben verantwoordelijke banen en nemen hun maatschappelijke verplichtingen serieus.

Kunstcollectie
In al deze eeuwen in de kunstcollectie gegroeid. Elke generatie heeft er nieuwe stukken aan toegevoegd, soms door aankopen, soms door huwelijken. Zo is bijvoorbeeld een groot deel van de collectie van de familie De Winter in de Six-verzameling terecht gekomen door het huwelijk tussen Hendrik Six en Lucretia van Winter in 1822.

Er zijn ook schilderijen verkocht, soms aan particulieren en soms aan musea. Het huidige Rijksmuseum heeft een paar mooie werken kunnen aankopen. De kunstcollectie is nog altijd te vinden in het woonhuis in Amsterdam van de familie Six. De familie is wel een aantal keren verhuisd, maar steeds binnen een klein stukje Amsterdam, voornamelijk de Herengracht. Op dit moment woont de familie aan de Amstel.

De collectie Six is door velen bezocht, van koninklijke personen als koningin Wilhelmina en tsaar Alexander III tot kunstenaars als Claude Monet, Edgar Degas en Vincent van Gogh.

De collectie is gratis toegankelijk voor bezoekers, maar een bezoek moet wel van te voren worden aangevraagd. Op dit moment is een bezoek pas mogelijk vanaf de zomer, door dit boek is er zoveel belangstelling dat er tot juli 2017 geen openingen meer zijn.

Geert Mak
De levens van Jan Six
Geert Mak heeft met De levens van Jan Six een geweldig boek geschreven. Door zich op één familie te focussen krijg je een beeld van de generaties door de eeuwen heen, terwijl je door de bijzondere positie van de familie meer begrijpt van de geschiedenis van Nederland in het algemeen en Amsterdam in het bijzonder.

Doordat er in het archief zoveel te vinden is, van schilderijen tot brieven, dagboeken en kleding, is het mogelijk een deel van de levens te reconstrueren. Niet alles kom je te weten en heel verstandig eindigt het boek met de dood van Jan Six VIII in 1961, waardoor de privacy van de laatste generaties intact blijft.

Maar in de eeuwen ervoor kom je meer te weten over de medische praktijken in de 17e eeuw, het culturele leven in Amsterdam, de manier waarop de Republiek functioneerde en de rol die predikanten konden spelen in het politieke geheel.

We begrijpen waarom in de 18e eeuw de regenten het een goed teken vonden om dik te zijn, en het verschil tussen de dames uit de 18e eeuw die filosofisch onderlegd waren en correspondeerden met gelijkgezinden uit heel de wereld en die uit de 19e eeuw waar men niets van hoorde en zag.

We horen over huwelijkspolitiek, de enige dochter die ooit losbrak en trouwde met een man uit een lagere klasse (en prompt uit de testamenten verwijderd werd) en wat de Amstelbrouwerij met de familie te maken heeft.

We lezen over hoe de Republiek de Amerikaanse onafhankelijkheid steunde, hoe men omging met het gepeupel dat in opstand kwam en welke rol de familie op hun landgoed in Hillegom speelde en wat oom Piet tijdens de Tweede Wereldoorlog als leider van een verzetsorganisatie deed.  

Een familie die aan de ene kant midden in de samenleving staat doordat ze zo betrokken waren bij de stad Amsterdam, maar aan de andere kant apart staat door hun bijzondere positie. Tradities (soms oud en soms erg nieuw) en gewoontes worden doorgegeven, familiegeschiedenissen en herinneringen worden aan elke nieuwe generatie verteld.

Doordat elke generatie weer woont te midden van de restanten van het verleden, is het verleden altijd dichtbij, waardoor het besef dat men dit moet doorgeven heel erg sterk is.

Geert Mak is erin geslaagd om een ongelofelijk interessant en mooi boek te schrijven, vol details en fantastische wetenswaardigheden. Niet alleen de verschillende familieleden gaan voor je leven, maar je loopt bijna mee in Amsterdam terwijl je alle veranderingen voor je ziet. 
Absoluut geweldig, een boek om ademloos uit te lezen. 

Uitgegeven in 2016 door uitgeverij Atlas-Contact
Bladzijdes: 412

vrijdag 27 januari 2017

Zwanenmeer

Afgelopen zondag heb ik iets gedaan wat ik nog nooit heb gedaan: ik ben naar een klassiek ballet geweest. Ik heb ballet altijd al mooi gevonden, en heb er ook wel eens een op televisie gezien, maar op de een of andere manier was het er nog niet van gekomen om naar het theater te gaan. Tot afgelopen weekend dan.

Ik vond het leuk om te beginnen met een heel klassiek ballet en welk ballet is klassieker dan het Zwanenmeer?

In de Schouwburg van Almere trad Het ballet van de Staatsopera van Tatarstan op, dat bekend staat om haar uitvoeringen van klassieke balletten.

Het Zwanenmeer zoals we dat nu kennen, met de muziek van Tsjaikovski en de choreografie van Maurius Petipa en Lev Ivanov, is voor het eerst opgevoerd in Sint-Petersburg in 1895. Eerdere versies waren niet helemaal succesvol geweest, maar de nieuwe choreografie sloeg in als een bom.

Het verhaal
Het verhaal is waarschijnlijk wel bekend, prins Siegfried is op een bal ter zijner ere, en moet een meisje uitzoeken om mee te trouwen.

Hij ziet dit echter niet zitten en vertrekt naar het bos, waar hij bijna een zwaan neerschiet. De zwaan verandert in Odette, die vertelt dat de boosaardige baron von Rothbart, een tovenaar, een vloek over haar uit heeft gesproken.

Siegfried zweer trouw aan Odette, zodat de betovering verbroken kan worden.

Terug op het bal is onder de gasten baron von Rothbart, samen met zijn dochter Odille. Zij laat Siegfried geloven dat zij Odette is en Siegfried trapt hierin. Als hij erachter komt dat hij zich vergist heeft, vlucht hij ontdaan naar het meer, waar hij Odette vindt.
Er is een strijd tussen Siegfried en de tovenaar plaats, Siegfried wint en de prins en Odette leven samen nog lang en gelukkig.
Er schijnen meerdere versies van het einde te zijn, een happy end waarin de twee geliefden elkaar krijgen, een triest einde waarbij Siegfried alleen achter blijft en een dramatisch einde waarbij de twee geliefden zelfmoord plegen om toch samen te kunnen zijn.

De voorstelling 
Het was een prachtige uitvoering die ik zaterdag heb bezocht. Zelfs al had ik het verhaal van te voren niet gelezen, dan nog had ik het kunnen volgen. De dansers hadden zoveel expressie dat het geweldig was om te zien.

De nar (gedanst door Koya Okawa) stal hierbij vooral de show, vanaf het allereerste moment trok hij alle aandacht naar zich toe met zijn hoge sprongen en grappige mimiek.
De zwanen waren ook heel mooi en heel bijzonder vond ik dat je in hun houding en bewegingen het gedrag van zwanen herkent. Schitterend.

De dubbelrol van Odette/Odille werd gedanst door Kristina Andreeva en zij was magistraal. Als Odette was ze lief en tragisch, als Odille was ze fel en gevaarlijk. Haar duetten met de prins waren erg mooi, maar haar solo's waren absoluut geweldig.

De decors en de kostuums waren prachtig, en de details waren heel mooi op elkaar afgestemd in de kleuren en de vogelveren die steeds terugkwamen.
Speciale vermelding voor Von Rothbart die een vervaarlijke cape had waarmee hij heerlijk dramatisch kon doen en bovendien vertolkt werd door een geweldige danser: Gleb Korablyov.

De muziek, waarvan ik grote delen wel kende, maar dat ik nog nooit in zijn geheel had gehoord, was schitterend.

Ondanks het feit dat er aan het begin iets misging met het gordijn (dat weigerde open te gaan) en de volkomen sfeerloze grote zaal in de Schouwburg Almere (sorry, maar dat is echt heel erg) was het een betoverende voorstelling, waar ik helemaal in zat.
Ik heb er ongelofelijk van genoten en één ding weet ik zeker, dit is niet het laatste ballet dat ik heb gezien!
Ik heb natuurlijk geen foto's gemaakt tijdens de voorstelling, deze foto's komen uit het programmaboekje.

maandag 23 januari 2017

Tien kleine negertjes, Agatha Christie

Tien mensen worden uitgenodigd op een eiland voor de kust van Devon. Ze zijn er allemaal onder valse voorwendselen naar toe gelokt. Sommigen verwachten oude vrienden te ontmoeten, anderen denken in dienst te zijn gekomen van meneer en mevrouw Manth.  

De tien mensen zijn een gepensioneerde generaal, een avonturier, een secretaresse, een gepensioneerde rechter, een arts, een jonge vrijbuiter, een politieinspecteur en een oude vrijster, plus het echtpaar dat is aangekomen om te koken en te bedienen.

Tien mensen die niets met elkaar gemeen hebben en die in eerste instantie een beetje onwennig met elkaar omgaan. Ze begrijpen niet helemaal wat de anderen op het eiland doen en beginnen langzaam te beseffen dat er iets misschien niet helemaal klopt.

Na het diner op de eerste avond komt iedereen toch een beetje los, tot er opeens een stem te horen is, die iedere aanwezige beschuldigt een moord te hebben gepleegd. De tien komen erachter dat ze met een bepaalde reden naar het eiland zijn toe gelokt en dat er iemand heel veel werk aan heeft besteed om alles in scene te zetten.

En dan sterft de eerste van het gezelschap, gestikt in zijn drankje. Maar het is geen ongeluk, het is moord en het is niet de laatste moord die gepleegd zal worden. Alle tien zijn doelwit van een nietsontziende moordenaar.

Er is geen weg van het eiland, de enige boot die voorraden brengt, zal pas de volgende dag weer terug komen. De volgende dag zal blijken dat de boot helemaal niet komt en dat ze vast zitten, met geen enkele mogelijkheid de buitenwereld te waarschuwen, terwijl een moordenaar onder hen langzaam ieder van hen vermoord.

De maskers vallen al snel als niemand elkaar kan vertrouwen en ze allemaal weten dat ze het volgende slachtoffer kunnen zijn.

Negertjes en Indianen
De oorspronkelijke titel was Ten little niggers, maar in Amerika kon dat niet (zelfs niet meer in 1939) en daar is de titel veranderd in And then there were none. Dit is de titel die vandaag de dag het vaakst wordt gebruikt.

In het Nederlands is het boek vooral vertaald als Tien kleine negertjes, hoewel in andere landen er over Tien kleine Indiaantjes wordt gesproken.

Wat voor mannetjes het ook zijn, ze komen op allerlei manieren in het boek voor. In de naam van het eiland (Negereiland of Indianeneiland) en in elke slaapkamer hangt een versje van tien kleine mannetjes die allemaal op een andere manier de dood vinden, tot er slechts één over is. De tien manieren waarop ook de tien mensen de dood zullen vinden. De moordenaar is er bijzonder creatief in om zijn nieuwste moordwijze aan te laten sluiten bij de volgende regel van het versje.

And then there were none (2015)
Er zijn verschillende verfilmingen geweest en er zijn toneelstukken van dit verhaal gemaakt. In 2015 is er een mini-serie van gemaakt, die behoorlijk trouw is gebleven aan het boek. 

Een absolute sterrencast is aangetrokken voor deze verfilming, met onder andere Sam Neill, Toby Stephen, Charles Dance, Miranda Richardson en Adrian Turner.

De aankleding is perfect (maar van een BBC verfilming had ik ook niet anders verwacht).

De sfeer is zeer goed getroffen, maar wat vooral zo fijn is dat het plot intact is gebleven. 

Natuurlijk zijn er een paar kleine dingen veranderd en het einde is een tikje aangepast, maar dat vergeef ik ze graag omdat ik begrijp dat dat voor televisie beter werkt (wat dramatischer). Maar het plot zelf, de moorden en de hele opzet, die is in ere gehouden. En dan weet je dat het eigenlijk niet meer mis kan gaan. 

Dat gaat het hier dan ook niet; And then there were none is een geslaagde verfilming van een ingewikkeld boek.

Waarom is het zo goed?
Dit boek is uitgegeven in 1939 en geldt in de algemene opinie als één van Agatha Christie’s beste boeken. En daar kan ik me alleen maar bij aansluiten. Ik heb dit boek in 1992 gekocht, het was één van de eerste Agatha Christies die ik kocht, en ik heb het sindsdien al tientallen malen herlezen. En het verveelt me nog altijd niet.

Maar wat maakt dit boek zo goed?

Ten eerste is dit een bijna onoplosbare puzzel. Als lezer heb je, net als de mensen op het eiland, geen idee wie de werkelijke moordenaar is. En als je aan het einde komt, wil je meteen opnieuw lezen om te zien welke aanwijzingen je gemist hebt. Want Agatha Christie speelt nooit vals, ze geeft je alle aanwijzingen, al zie je er de helft van de tijd nog niets belangrijks in. Dat komt pas als alles bekend is en alles op zijn plek valt.

Het plot zit ongelofelijk strak in elkaar. Er vallen tien doden, maar het gaat niet om de gruwelijkheid daarvan, dat aspect wordt gelukkig bij Agatha Christie altijd tot een minimum beperkt.

De horror zit in de psychologie, de claustrofobische sfeer van mensen die elkaar niet kennen en niet vertrouwen en geen kant op kunnen. Letterlijk geen kant op kunnen, want ze zitten vast op dat eiland.

Bijzonder knap worden de verschillende personages neergezet, soms maar met een paar zinnen of een korte scene, zodat ze geloofwaardig zijn en hun reacties op wat er gebeurt volkomen kloppen met hun karakter.

Toen dit boek in 1939 werd uitgegeven, was er geen enkel boek dat hierbij in de buurt kwam, de opzet was volkomen nieuw. En elke keer als je het leest, zelfs al ken je ondertussen de moordenaar, ben je toch opnieuw vol bewondering voor de manier waarop dit in elkaar steekt.
And then there were none (2015) de hele cast bij elkaar
And then there were none/ Tien kleine negertjes is met recht een klassieker te noemen. Het is geen wonder dat het bijna tachtig jaar na verschijnen nog altijd wordt gelezen. Ik zou zelfs zeggen dat als je nog nooit een Agatha Christie hebt gelezen en dat misschien ook niet van plan was,  je deze eigenlijk niet mag laten liggen. 

vrijdag 20 januari 2017

Vooruitblik: tentoonstellingen lente en zomer 2017

Er zijn de komende maanden opnieuw prachtige, bijzondere en mooie tentoonstellingen te zien in de verschillende Nederlandse musea. Dit is geen volledig overzicht, maar een selectie van de tentoonstellingen die mij in ieder geval bijzonder aanspreken en ik hoop jullie ook!

Kroller Muller: De vroege van Gogh
In deze tentoonstelling zijn zo’n 120 werken, vooral tekeningen, te zien die Vincent van Gogh maakte in de periode 1880-1885. Deze tekeningen laten goed zien hoe Vincent probeerde om technieken onder knie te krijgen en zijn eigen stijl te vinden, terwijl hij probeerde om zo goed mogelijk een scene weer te geven.
De tentoonstelling was al in september 2016 geopend, maar is nog te zien tot 9 april
Meer informatie: HIER

Museum voor Volkenkunde: Wereld vol veren
Een tentoonstelling die ook al een tijdje draait, is Wereld vol veren in het volkenkundig museum in Leiden. Veren tooien niet alleen vogels, maar maken al eeuwen deel uit van de mode voor mensen. Van sommige indianen en de Papoea's in Nieuw Guinea die de veren in hun traditionele kledij gebruiken en bepaalde eigenschappen aan de veren toekennen, tot de ontwerpers van haute-couture mode.
Nog te zien tot: 5 maart
Meer informatie: HIER

Singer museum: Desiree Dolron
Prachtige foto’s maakt de Nederlandse fotografe Desiree Dolron (1963). Of het nu mensen onder water zijn, of haar portretten die door het gebruik van licht lijken op schilderijen, of haar foto’s van Cuba of rouwrituelen, ze zijn altijd bijzonder en mooi. In het Singer museum zijn nu foto-series te zien, en ook videowerken die nog niet tentoongesteld zijn.  
18 januari – 4 mei
Meer informatie HIER

Hermitage: Romanovs & revolutie
Dit jaar is het honderd jaar geleden dat de Russische revolutie uitbrak en er een einde kwam een de macht van de tsaren in Rusland. Deze tentoonstelling in Amsterdam heeft meer dan 250 objecten zoals schilderijen, kleding, speelgoed, brieven, foto’s en historische documenten en geeft een bijzonder overzicht van de laatste jaren van de regering van tsaar Nicolaas II. Op deze manier krijgen we een idee welke beslissingen er werden genomen en hoe de revolutie uiteindelijk uitbrak en welke gevolgen dit had voor de familie Romanov.
4 februari - 17 september
Meer informatie HIER

Stedelijk museum: Ed van der Elsken, de verliefde camera
Ed van der Elsken was fotograaf en maakte documentaires. In het Stedelijk museum in Amsterdam is er een tentoonstelling die overzicht geeft van zijn eigenzinnige en bijzondere straatfotografie. Het werk van Ed van der Elsken laat zien waarom hij gezien wordt als één van de belangrijkste Nederlandse fotografen, die ook nog altijd een inspiratie is voor de nieuwe generaties.
4 februari- 21 mei
Meer informatie HIER

Catharijneconvent: Maria
Maria, de moeder van Jezus is de meest belangrijke vrouw in het Christendom. In de afgelopen twee millennia heeft ze kunstenaars en andere mensen geinspireerd en is ze duizenden malen afgebeeld. Deze tentoonstelling in het Catharijneconvent in Utrecht brengt alle elementen samen en laat niet alleen haar levensverhaal zien, maar ook welke invloed Maria in de hele wereld heeft gehad en nog altijd heeft, in de kunst en in het dagelijks leven.
10 februari tot 20 augustus
Meer informatie HIER

Rijksmuseum Twenthe: Hart van de Renaissance
In deze bijzondere tentoonstelling zijn zo’n vijfenveertig topwerken te zien uit de Renaissance. De nadruk ligt vooral op de kunstenaars uit Noord-Italie, die voor het eerst samen in Nederland te zien zijn. Er zijn schilderijen van zowel Titiaan als Tintoretto en heel bijzonder is een Christus-schilderij van Rafael, want in heel Nederland is er geen werk van deze schilder te zien.
11 februari – 18 juni
Meer informatie HIER

Nieuwe Kerk: Meesterwerk
In de mooie ruimte van de Nieuwe Kerk in Amsterdam laten ze regelmatig een bijzonder kunstwerk zien, dat niet vaak wordt uitgeleend door de eigenaars. Deze zesde keer zal het schilderij Pentecostés van El Greco te zien zijn, waarop de afdaling van de Heilige Geest tijdens Pasen wordt afgebeeld .
Dit werk wordt speciaal uitgeleend door het Museo del Prado in Madrid.
18 februari- 9 april
Meer informatie HIER

Dordrecht museum: Aert Schouman en de verbeelding van de natuur
De Dordtse schilder Aart Schouman (1710-1792) staat vooral bekend om zijn mooie tekeningen en schilderijen van dieren en planten. Hij schilderde niet alleen de dieren en planten in Nederland, maar vooral de exotische dieren en planten die te vinden waren in de collecties van de rijken uit de 18e eeuw.
Niet alleen om mooie plaatjes te maken, maar vooral om te laten zien hoe mooi en rijk de natuur was, in Verlichte 18e eeuw.
19 februari - 17 september
Meer informatie: HIER

Van Gogh museum: Prints in Paris 1900
Rond 1900 was Parijs een bruisende stad waar van alles gebeurde op artistiek en cultureel gebied. In deze uitgebreide tentoonstelling, het van Gogh museum heeft meer dan 1800 prenten in haar collecte, zijn zowel de prenten uit de particuliere collecties te zien, als de bekende affiches die we allemaal kennen.
3 maart tot 1 juni
Meer informatie HIER

Drents museum: De grote Liao
In de 10e een 11e eeuw ontstond er in Mongolië een groot rijk onder leiding van de Liao dynastie. Deze tentoonstelling laat 120 vondsten zien uit dertig graven, zoals sierraden, aardwerk, die een beeld geven van het dit bijzondere volk. Heel bijzonder is het gouden dodenmasker van prinses Chen die in 1018 overleed.
De tentoonstelling is een internationale samenwerking, maar is als eerste in Assen te zien.
23 april tot 29 oktober
Meer informatie HIER

Kroller Muller museum: The poetry of forms
De Franse kunstenaar Jean (Hans) Arp wordt gezien als één van de bekendste Europese avant-garde kunstenaars. Hij maakte zowel gedichten als beeldende kunst en deze tentoonstelling, de eerste grote overzichtstentoonstelling in Nederland sinds 1960, laat zien hoe zijn gedichten en sculpturen elkaar beïnvloeden.
20 mei - 17 september
Meer informatie HIER

Singer museum: Cuban art now
Naar het Singer museum komt een kunstcollectie van een Nederlands echtpaar dat in Havana heeft gewoond. Deze tentoonstelling geeft een mooi overzicht van de moderne Cubaanse kunst, die een heel eigen stijl heeft ontwikkeld en laat werken zien van schilders als Michel Pérez, Alejandro Campinso en Flavio Garcandio.
23 mei - 24 september
Meer informatie HIER

maandag 16 januari 2017

Swing time, Zadie Smith

De meeste mensen willen hun situatie verbeteren en de meeste ouders willen dat hun kinderen het beter krijgen dan zij het zelf hebben. Maar wanneer is verandering ook daadwerkelijk verbetering en hoe kun je je losmaken uit je situatie zonder je wortels te vergeten? En hoe belangrijk zijn die wortels eigenlijk, niet alleen van jezelf, maar ook van je voorouders?

Het verhaal
Voor de hoofdpersoon in die boek zijn die vragen nog niet zo gemakkelijk. We leren haar naam niet kennen, maar wel haar achtergrond. Haar moeder komt van Jamaica, haar vader is Engels. 

Tijdens haar jeugd wil ze maar één ding; dansen. Ze mag van haar moeder dansles nemen in het buurtklasje van mevrouw Isabel, waar ook nog één ander half-zwart meisje komt, Tracey. De situatie van Tracey is net omgekeerd, haar vader is zwart en haar moeder is wit. 

En waar Tracey het talent heeft om te dansen, wordt al snel pijnlijk duidelijk dat de hoofdpersoon geen talent heeft om van dansen haar beroep te maken. Iets dat haar moeder niet bepaald erg vindt, ze wil dat haar dochter gaat studeren en iets van zichzelf maakt, al dat frivole gedans leidt maar af van het echte doel in het leven.

Het is de jaren ’80 en de moeder van de hoofdpersoon is bezig om door studie en (zwarte) bewustwording haar situatie te verbeteren. Ze wil meer voor zichzelf en meer voor haar dochter. Dat haar huwelijk op de klippen loopt omdat zij en haar man uit elkaar groeien is onvermijdelijk.

Helaas groeien moeder en dochter ook uit elkaar. De dochter weigert zich te voegen naar de ideeën van haar moeder en gaat uiteindelijk mediastudies doen, waarna ze komt te werken als persoonlijk assistent van een beroemde popzangeres. Heel haar leven komt in dienst te staan van het leven van een ander, alles draait om deze Aimée. Ze heeft zelfs geen eigen huis meer en bijna geen vrije tijd.

Als Aimée het in haar hoofd krijgt om aan liefdadigheid te doen en daarvoor een project in Afrika op wil zetten, is het de hoofdpersoon die hier veel tijd in steekt. Zij gaat enkele keren naar Afrika om alles op te zetten, tot Aimée een beslissing neemt waar de hoofdpersoon zich niet mee kan verenigen en die leidt tot een breuk. Alles wat zeker was, staat nu op losse schroeven.

Choreografie
Toen ik Swing time van Zadie Smith kocht, kende ik haar naam, maar ik wist niets van haar en had ook nog nooit eerder iets van haar gelezen. Toch had ik het idee dat ik met dit boek een werk van een belangrijke schrijfster in handen had, hoe maf dat misschien ook klinkt. Maar ik bedoel daarmee een schrijfster die niet alleen mooi schrijft, maar ook nog iets belangrijks te zeggen heeft. 

Dat is een hoge eis om aan te voldoen, maar Swing time heeft me in geen enkel opzicht teleurgesteld. Ik vond het een bijzonder mooi geschreven boek dat heel veel bevat, op meerdere lagen werkt en dat me op sommige punten aan het denken heeft gezet.

Zo vond ik de opbouw van het boek bijzonder knap in elkaar zitten. Om even bij het dansen te blijven, is het een knappe choreografie waarbij je steeds een paar stappen vooruit zet, en soms achteruit. Soms zijn er herhalingen en soms mensen die even samen opgaan, om uiteindelijk elk hun eigen deel van de dans te doen.

In het eerste hoofdstuk kom je al gelijk te weten dat er iets grondig mis is gegaan en in de hoofdstukken daarna kom je erachter wat dat is en hoe het zover is gekomen, afgewisseld met hoofdstukken over de jeugd en de vriendschap tussen Tracey en de hoofdpersoon.

Die vriendschap is ook mooi uitgewerkt, want een echte vriendschap is het eigenlijk niet. Het is de verhouding tussen twee meisjes die samen komen omdat ze twee dingen delen; een liefde voor dans en het feit dat ze een witte en een zwarte ouder hebben. De eerste jaren delen ze veel, maar de verschillen tussen hen beiden zijn groter dan de overeenkomsten.

Echt aardig is Tracey eigenlijk niet en bijna terloops worden al die momenten die je in een kindervriendschap hebt, waarin je verraden wordt door degene die zegt je vriendin te zijn, pijnlijk duidelijk.

Net zoals al die beschamende en verwarrende situaties waar je als kind in terecht komt en waarvan je weet dat je die nooit met je ouders kunt delen, omdat je weet dat ze het nooit zullen begrijpen en je het ook niet uit kunt leggen.

Maar dit ligt er nooit dik bovenop. Net zoals het beeld van de jaren ’80 en ’90 dat ik goed herken omdat ik ook in die tijd ben opgegroeid, maar dat in dit boek nergens een cliché wordt.

Dansen is een belangrijk onderdeel van dit verhaal, want ondanks dat de hoofdpersoon niet het talent heeft om zelf te dansen, heeft ze wel een oprechte liefde voor de dans. Meer nog dan Tracey die de geschiedenis van de dans en de grote voorbeelden maar matig interessant vindt. Alleen als ze er gebruik van kan maken om er zelf beter van te worden, neemt zij de verhalen en de danspassen van anderen serieus.

Door het verhaal heen kom je heel veel te weten van de verschillende dansers uit de (film)geschiedenis, bekende en onbekende, en ik ben daarna op zoek gegaan om de dansfragmenten te vinden die hier voorbij komen.

Zadie Smith (1975)
Bewustzijn
Ras speelt ook een grote rol in dit boek en de implicaties die dit in veel gevallen kan hebben. Iedereen gaat op een andere manier met haar achtergrond om.

Tracey lijkt haar zwarte wortels te willen marginaliseren, in haar verhalen komen alleen zwarte mannen voor die anderen kwaad doen.

De moeder van de hoofdpersoon is zich er maar al zeer van bewust dat ze zwart is, en is hier trots op. Ze koestert haar Jamaicaanse en indirecte Afrikaanse afkomst en daagt iedereen uit hier iets van te vinden.

De hoofdpersoon zelf denkt er zelf niet echt over na, maar wordt welke elke keer geconfronteerd met het feit dat ze een zwarte en een witte ouder heeft. Als bijvoorbeeld de blanke familie van haar vader langskomt en ze beseft dat die kinderen meer bij haar vader lijken te horen dan zijzelf. 

Ook in Afrika, waar ze had gedacht er bij te horen en naadloos in de gemeenschap te kunnen functioneren, vindt ze niet de zwarte ‘sisterhood’, maar wordt ze gewoon als blanke gezien. Opnieuw hoort ze er niet bij.

De situatie in Afrika krijgt veel aandacht, aangezien dit ook gaat over liefdadigheid, wat er wel en niet mogelijk is en waarin maar al te duidelijk wordt dat de verwachtingen van beide kanten (gever en ontvanger) soms mijlenver uit elkaar liggen. 

Bovendien is er altijd een enorme ongelijkheid die met liefdadigheid gepaard gaat, de gever is zich ervan bewust dat hij eisen kan stellen, de ontvanger heeft de plicht dankbaar te zijn. En hoe verhoudt dit zich allemaal bij oude koloniale verhoudingen en raciale gevoeligheden?

Het zijn slechts een paar punten die ik aanstip en ongetwijfeld laat ik nog een heleboel belangrijke zaken liggen. Ik kan ook niet goed uitleggen hoe mooi al deze onderwerpen met elkaar verweven zijn; naadloos vallen ze in elkaar en nemen je mee in het verhaal en laten je nadenken over jezelf en je eigen plek in de wereld.

Ik kan deze mooie roman alleen maar aanraden en neem er rustig je tijd voor, Swingtime is een boek dat de moeite waard is om met aandacht te lezen. 
Ik wil natuurlijk ook meer van Zadie Smith lezen, kan iemand misschien een aanbeveling doen welk volgend boek van haar op mijn lijstje moet komen?

Originele Engelse titel: Swing time
Uitgegeven in 2016
Nederlandse uitgave 2016 door uitgeverij Prometheus
Nederlandse vertaling: Peter Abelsen
Bladzijdes: 445

vrijdag 13 januari 2017

Tentoonstelling: Rodin in Groningen

Auguste Rodin (1840-1917) is waarschijnlijk één van de beroemdste beeldhouwers. Zijn bijzondere mensfiguren in impressionistische stijl zijn bijna altijd meteen herkenbaar.

Na een wat moeilijke start (hij werd toen hij jong was drie keer geweigerd bij de Ecole des Beaux Arts) groeide zijn reputatie en kreeg hij verschillende officiële opdrachten. 

Vergeet het idee van een eenzame beeldhouwer op een klein zolderkamertje, want Rodin had een groot atelier met tientallen medewerkers die verschillende onderdelen van het beeldhouwproces voor hun rekening namen.

In Nederlandse musea zoals het Kröller Muller of het Van Gogh museum zijn een aantal van zijn werken te bewonderen, maar als je meer van hem wilt zien, moet je eigenlijk naar het Rodin museum in Parijs.

Echter in deze maanden kun je ook naar Groningen, waar nu een prachtige tentoonstelling te zien is, die een inkijkje biedt in de manier waarop Rodin te werk ging: Rodin-Genius at work.

Het is een grote tentoonstelling, er zijn meer dan 120 beelden te bewonderen. Maar ook foto’s en tekeningen zijn er te zien.

De foto’s zijn heel bijzonder, want het zijn geen scherpe weergaves van de beelden, maar ze zijn soms wazig en er is in de achtergrond van alles te zien. Rodin gebruikte fotografie als een nieuw hulpmiddel bij het beeldhouwen. Hij corrigeerde de foto’s en paste vervolgens zijn beeldhouwwerken aan zoals hij nodig vond. De foto’s zijn kunstwerken op zichzelf en ik vond ze bijzonder mooi. (ik zou ze zo aan de wand hangen!)

Maar ook verschillende beelden zijn heel bijzonder en niet vaak te zien geweest. Zo is er de beeldengroep De poort van de Hel, de eerste grote opdracht die Rodin kreeg en waar hij heel veel beelden voor heeft gemaakt. Toch is het nooit een eenheid geworden en hoewel verschillende beelden vaak los zijn geëxposeerd (zoals De denker), stond het altijd verborgen in zijn atelier.

Net zoals de handen die hij in de laatste jaren van zijn leven maakte, de Hand van God zoals hij die noemde. Die hield hij voor zichzelf en zijn tijdens zijn leven slechts twee keer in de openbaarheid te zien geweest.

Er zijn zeer uitvergrootte beelden te zien en kleine mini-beeldjes. Er zijn werken in keramiek, gips, marmer en brons bij elkaar gebracht.

In gips had Rodin bijvoorbeeld de gewoonte om allemaal losse ledematen te fabriceren in allerlei houdingen en standen, die hij vervolgens in allerlei verschillende beeldhouwwerken kon gebruiken.

Heel leuk en inventief (en eigenlijk heel snoezig) is de manier waarop Rodin bestaande oude artefacten als schalen of amforen gebruikte om een nieuw kunstwerk te creëren, door in een bestaand antiek schaaltje een nieuw gipsen beeldje neer te zetten en er één geheel van te maken.

Echt indruk maakten op mij de bronzen beelden. Er zijn een paar beelden te zien van de beeldengroep De burgers van Calais. Dit beeldt een verhaal uit de geschiedenis uit, waar tijdens de Honderdjarige oorlog zes burgers uit Calais zich opofferden om de Engelse belegeraars af te kopen. Hoe het mogelijk is om zoveel uitdrukking in brons te krijgen, is bijna niet te begrijpen, maar ik vond de beelden schitterend.



De tentoonstelling Rodin, genius at work is bijzonder mooi en zeer de moeite waard, vooral ook door de hoeveelheid beelden die er te zien zijn en de grote afwisseling hierin. 

Veel aandacht voor zijn persoonlijke leven is er niet, maar er wordt gelukkig wel aandacht besteed aan de medewerkers die Rodin had. Persoonlijk zou ik het leuk hebben gevonden als Camille Claudel hier een grotere plaats had ingenomen. 

Maar ondanks dat ene kleine minpuntje, is het de moeite waard om naar het Groninger museum te gaan om het werk van Rodin te bewonderen.

De tentoonstelling is nog tot 30 april 2017 te zien.

Met een MJK is er nog een toeslag van 5 euro. Het kan druk zijn, dus het is handig om van te voren tickets te bestellen (heel simpel online).
En mocht het restaurant beneden al vol zijn, dan is er op de tweede verdieping nog een mogelijkheid om in het Rodin-café een kop koffie te drinken met een gebakje. 

maandag 9 januari 2017

Atjeh, Anton Stolwijk

Als we op school in de les aandacht besteden aan Indië, hebben we het meestal over het Culturele stelsel, de ethische politiek, de Tweede Wereldoorlog met de Japanse bezetting en de onafhankelijkheid met de politionele acties.

De oorlog in Atjeh wordt hooguit genoemd als een voorbeeld van een koloniale oorlog die Nederland voerde om het hele gebied onder Nederlands gezag te krijgen, maar meer dan dat is het niet. Hiervoor ontbreekt vaak de tijd, maar als ik naar mezelf kijk, weet ik ook dat ik niet zo heel veel weet over de Atjeh-oorlog. 

Atjeh ligt op de westpunt van Sumatra en was een zelfstandig sultanaat, een goede bondgenoot van het Ottomaanse rijk. De peperhandel zorgde voor welvaart, maar ook voor buitenlandse belangstelling. De Portugezen, de Engelsen en de Nederlanders aasden op controle in dit gebied.

In de 19e eeuw wilde Nederland zijn invloed uitbreiden in de Indische archipel. Het is de periode van het Modern Imperialisme en de landen in West-Europa wilden graag een groot koloniaal rijk om economische en politieke redenen. Het onafhankelijke Atjeh was een van de laatste stukjes van de puzzel voor Nederland.

Invasie en verovering
Een eerste invasie werd voorbereid en vond plaats in 1873. Die invasie liep op niets uit, want de voorbereiding was niet heel goed geweest. De kaarten klopten niet en bovendien had men zich ernstig misrekend in de felheid van het Atjese verzet.

De nederlaag riep echter om genoegdoening en eerherstel en al snel werd besloten dat er een tweede invasie moest komen. Deze invasie was vanaf het begin gedoemd, leek wel. Een cholera-epidemie zorgde voor meer slachtoffers dan de vijand en de bevolking van Atjeh gaf zich niet zomaar gewonnen. Toch werd het Sultanspaleis veroverd en de Nederlandse autoriteiten verklaarden de overwinning;  Atjeh was veroverd.

De werkelijkheid was een stuk minder rooskleurig. Nederland had een klein gebied rond het sultanspaleis veroverd, maar kon hier maar met moeite de orde handhaven. De religieuze leiders van Atjeh hadden de oorlog tegen de Nederlandse indringers tot Heilige Oorlog verklaard, een reden waarom het verzet onverminderd door ging en men zich niet gewonnen gaf.

Direct bestuur
Nederland nam bovendien een paar discutabele beslissingen die de verstandhoudingen geen goed deden. Toen de sultan in 1874 overleed, besloot Nederland geen nieuwe sultan af te wachten, maar Atjeh onder direct Nederlands bestuur te stellen. 

En dit terwijl ze in de rest van Indië Indirect bestuur handhaafden, waarbij de eigen vorsten het gezag over de bevolking bleven houden en er minimale Nederlandse inmenging nodig was in de lokale politiek, iets dat veel gedoe voorkwam.

De oorlog in Atjeh bleek een slepende, geldverslindende operatie te worden, met weinig uitzicht op een goede uitkomst. De Nederlanders verklaarden wel heel vrolijk dat ze Atjeh onder controle hadden, maar niets bleek minder waar.

Christiaan Snouck-Hurgronje
Abdul Ghaffar
De oplossing leek te komen van de Nederlandse domineeszoon  die in Atjeh bekend stond als Abdul Ghaffar. Hij had zich bekeerd tot de Islam en zich verdiept in de cultuur van Atjeh. Door zijn status van Mekka-ganger en geleerde, kreeg hij toegang tot imams en geleerden in Indie en Atjeh. 

Nog nooit eerder had iemand de moeite genomen om de cultuur van Atjeh wetenschappelijk te bestuderen en zijn boek sloeg in als een bom in Nederland.

Wat niemand wist is dat deze man een tweede boek had geschreven, dat staatsgeheim was. Hierin legde hij het hele verzet van Atjeh bloot en gaf hij adviezen aan de Nederlandse regering over wat er het beste gedaan kon worden. 

Volgens hem was het belangrijk om niet met grof geweld te proberen Atjeh tot overgave te dwingen, maar om het geweld heel precies (chirurgisch) toe te passen. De Islamitische leiders zouden hard aangepakt moeten worden, terwijl de Atjese adel juist overtuigd moest worden dat er voordeel zat in samenwerking met de Nederlanders.

Abdul Ghaffar nam na dit belangrijke werk zijn echte naam, Christiaan Snouck-Hurgronje, weer aan en trouwde in Nederland met een Nederlands meisje. Zijn boek had hem geen windeieren gelegd en hij werd uiteindelijk rector-magnificus van de universiteit van Leiden.

Contra guerrilla
In de jaren die volgden werd het advies van Snouck-Hurgonje opgevolgd in Atjeh, hoewel misschien niet altijd zoals hij het had bedoeld. Er werd een nieuw legerkorps opgericht dat in staat was om in kleine groepjes in de jungle te opereren en acties uit te voeren.

Sommige Atjese edelen gingen inderdaad een samenwerking met de Nederlanders aan, hoewel ze daar later een hoge prijs voor betaalden. De laatste sultan van Atjeh gaf zich in 1903 ceremonieel over aan de Nederlanders en stierf jaren later in trieste vergetelheid.

Maar het verzet bleef aanhouden en daardoor gingen ook de Nederlandse acties door. Verschrikkelijke expedities werden er rond 1904 uitgevoerd, waarbij hele dorpen werden uitgemoord en platgebrand. Dit werd goed gepraat door te zeggen dat de Nederlandse soldaten weinig keuze hadden, omdat ook de vrouwen en kinderen meevochten in de strijd.

Rustig is het in ieder geval in Atjeh nooit geweest, er waren altijd opstanden en brandhaarden en uitbarstingen van geweld tegen de Nederlanders. De Nederlandse overheid heeft Atjeh nooit werkelijk onder controle gehad. Pas toen de Japanners kwamen in 1942, verlieten de laatste Nederlanders Atjeh en je zou kunnen zeggen dat de koloniale oorlog in Atjeh toen pas ten einde kwam.

Anton Stolwijk
Belang
Atjeh is beslist geen droog boek over militaire verhandelingen. Anton Stolwijk is journalist en woonde langere tijd in Atjeh en het is te merken dat hij het onderwerp door en door kent.

Atjeh is goed geschreven en staat vol schitterende verhalen, rijk aan anekdotes en details. Zo hoor je meer over de komst van de Chinezen naar Atjeh, het trieste lot van luitenant de Bruin, de tegenstrijdigheden van generaal van Heutsz en de reden dat er een groot krankzinnigengesticht werd gebouwd op een eilandje voor de kust.

Als je dit boek leest, weet je waarom er Ghanese soldaten meevochten in het Nederlandse leger en hoe een Engels gekapseisd schip onderdeel werd van de oorlog. Je leert over Atjese helden als Hasan dit Tiro en de vrouwelijke strijdster Cut Nyak Dhien en haar echgenoot Teuku Umar die de Nederlanders aan alle kanten in de leuren legden en bereid waren hun leven te geven voor de vrijheid van Atjeh.

Heel knap weet Anton Stolwijk de hoogmoed van de Nederlanders weer te geven die dachten dat ze het klusje wel even zouden klaren, maar die verwikkeld werden in een jarenlange, uitzichtloze strijd. De waanzin van een oorlog die nooit gewonnen zou kunnen worden, maar die men koste wat kost wilde blijven voeren.

Zoals ik al zei wordt er in de lessen op school meestal weinig aandacht aan de Atjeh-oorlog besteed. Daarom vind ik het zo goed dat in dit boek ook aan de orde komt welke sporen de strijd tot op de dag van vandaag heeft nagelaten in Atjeh. Hier is de oorlog misschien vergeten, maar daar nog zeker niet.

Ik weet in ieder geval wel dat als ik in de toekomst Indië behandel in mijn lessen, ik meer aandacht zal besteden aan de Atjeh-oorlog, niet alleen omdat ik er nu meer vanaf weet, maar ook omdat ik het idee heb dat er ik er daadwerkelijk iets interessants over kan vertellen.

Anton Stolwijk was zo vriendelijk mij een exemplaar van zijn boek te zenden (nogmaals dank daarvoor!), zodat ik het kon lezen en bespreken. Zoals jullie weten, doe ik dit niet vaak, maar in dit geval heb ik hier een uitzondering op gemaakt en daar ben ik erg blij om.

Ik kan namelijk alleen maar zeggen dat ik het een bijzonder goed boek vond, om alle redenen die ik hierboven heb genoemd.
Wat mij betreft is Atjeh een voorbeeld van geschiedschrijving op zijn best.

Uitgegeven in 2016 door uitgeverij Prometheus
Bladzijdes: 300

dinsdag 3 januari 2017

Salam Europa, Kader Abdolah

Een Perzische sjah gaat in de 19e eeuw op reis naar Europa. Het wordt een lange reis waarbij hij ministers, een paar van zijn favoriete vrouwen, familieleden, een eunuch, zijn kapper en vele bedienden meeneemt. 

Een Oosterse karavaan zet zich in beweging, een ontmoeting tussen een oude beschaving en een nieuwe wereld komt op gang. De reis gaat via Rusland naar Polen en Duitsland, de sjah bezoekt België en Nederland en tot slot gaat hij naar Engeland en Frankrijk. Overal wordt hij ontvangen met de meeste egards en zijn er grootste ontvangsten.

Niet dat de sjah overal zin in heeft, alle klassieke concerten en balletten komen hem een beetje de keel uit, maar hij weet zich er wel mee te redden. Leuker zijn de bezoekjes aan de fabrieken of de winkels waar hij een glimp opvangt van de nieuwe uitvindingen die worden gedaan. 

Niet alleen de wapens en kanonnen die elk land produceert en die uiteindelijk in een gruwelijke oorlog gebruikt zullen worden, maar de sjah maakt ook kennis met telefonie, een kruimeldief, pasteurisatie en maakt zelfs een tochtje in een heteluchtballon.

De sjah is gewend aan achtergebleven land waar men verheerlijkt terugkijkt op een belangwekkend verleden en oude poëzie, maar waar men nog geen moderne gezondheidszorg heeft of voorzieningen voor het volk, terwijl de moderne wereld aan de deur klopt in de vorm van de Britten en de Russen die op de olievoorraden uit zijn. De sjah regeert op ouderwetse wijze over een ouderwets land, met een hof vol intriges en verraad, zo nodig met slinkse beslissingen of zelfs moord.

De sjah heeft driehonderd vrouwen in zijn harem die de hele dag niets te doen hebben en honderden bedienden die hem aan de ene kant trouw dienen, maar aan de andere kant hun eigen zakken vullen. 

De sjah heeft maar een half woord nodig en zijn trouwe eunuch weet wanneer het nodig is om verschillende mensen uit het gevolg van de sjah te verwijderen tijdens de reis.

Dat lukt echter niet met Banoe, één van de vrouwen van de sjah die zich op eigen houtje bij de reis heeft aangesloten, vastbesloten om ook mee te reizen. De sjah houdt het meest van haar, maar tijdens de lange tocht, begint hij haar steeds meer te wantrouwen. Want Banoe lijkt zich los te willen maken uit het strikte protocol en haar eigen weg te gaan en weet alle controlepogingen van de sjah of de eunuch te ontduiken.

Veranderingen
De sjah reist rond in een wereld vol verandering. Europa was hard bezig met industrialiseren en er werden uitvindingen gedaan die de mensen vooruit hielpen, maar ook onnoemelijk konden schaden. 

Sinds de eenwording van Duitsland waren de internationale verhoudingen veranderd en alle landen maakten zich in een waan van nationalisme op voor een eventuele oorlog. Ondertussen waren er allerlei groeperingen in de maatschappij die veranderingen eisten, soms kracht bij gezet met geweld.

De sjah is een nieuwsgierig man en is geïnteresseerd in wat hij ziet, en de mensen nemen hem in vertrouwen. Zo bemoedigt hij prinses Dagmar in Rusland, de moeder van de latere Nicolaas II, troost hij een Duitse prins die net zijn zoontje verloren heeft, en spreekt hij met Bismarck over macht. Hij bezoekt hij Willem III van Nederland op zijn sterfbed en ziet de gelijkenissen met zijn eigen stervende vader.

Langzamerhand beseft hij tijdens zijn reis ook dat ook hij zelf verliezen moet lijden. Moderniseringen zijn niet tegen te houden en de sjah weet dat er ook in zijn land veranderingen moeten komen. Zijn manier van regeren is niet langer voldoende en hij realiseert zich dat ook hij misschien eens door een kogel zal worden getroffen.

Waarheid of verdichtsel
Het verhaal van de sjah wordt ons verteld door Sjeed Djamal, die oosterse talen doceert aan de UvA. Hij heeft het reisverslag van de sjah en bewerkt dit tot het boek dat wij lezen.

Hij is zelf eens als vluchteling hier gekomen vanuit Perzië en door de broederschap van vluchtelingen die zich over de hele wereld hebben gevestigd, heeft hij toegang tot archieven en krantenknipsels om het verhaal te staven en te gronden.
Sjah Nasserdin van Perzie
Ik kon het natuurlijk niet laten om te zien welke historische achtergrond er eventueel is voor dit verhaal. In de 19e eeuw was er inderdaad sjah Nasserdin, die regeerde van 1848 tot 1896 en tijdens zijn regering drie reizen maakte naar Europa in 1873,1878 en 1889 en hier een reisverslag van schreef, dat in verschillende landen is gepubliceerd. Hij was de eerste sjah van Perzië die op reis ging én de eerste die erover schreef.
Een aantal zaken die worden beschreven in Salam Europa, zijn op de werkelijkheid gestoeld, zoals de jas met juwelen die de sjah droeg.

Maar niet alles klopt, want dit is natuurlijk niet het historische verslag van reis van de sjah en vanaf het allereerste moment geeft Sjeed Djamal dit toe. Hij heeft de reizen samengevoegd en is eerlijk als hij zegt dat een deel gelogen is. De fantasie was soms sterker dan de waarheid en in veel gevallen nog geloofwaardiger ook. Soms gaat het verhaal met hem aan de haal en neemt het een eigen koers en de schrijver kan alleen maar volgen.

Heeft de sjah echt zijn schoenen laten poetsen door de vader van Stalin die daardoor één van de geallieerde conferenties tijdens WOII per se in Teheran wilde beleggen? Geen idee, maar ik vond het een schitterend beeld. Ik houd wel van toevallige ontmoetingen en verbindende lijntjes door de tijd heen, zeker als ze goed worden uitgevoerd en dat is hier het geval.

Kader Abdolah
Heden en toen
Salam Europa is opgedeeld in verschillende hekajats, hoofdstukken en eigenlijk korte verhalen binnen het verhaal. Het was even wennen, maar al snel vond ik zinnen als ‘maar nu komt eerst het verhaal van de koffers’ of ‘ik ga kijken waar de koning is’, erg leuk.
Kader Abdolah weet in soms heel simpele zinnen heel veel uit te drukken en er zit een soort humor in de beschrijvingen die ik bijzonder prettig vond om te lezen.

De oude sjah die eind 19e eeuw naar Europa ging, werd met alle egards ontvangen, ondanks de dingen die zo overduidelijk ‘oosters’ en ‘vreemd’ waren. In de loop van de tijd komen er vluchtelingen naar Europa, die ook nog goed worden opgevangen, Sjeed Djamal is daar zelf een voorbeeld van. Maar hij ziet ook het verschil tussen het reisverslag van de sjah, zijn eigen reis en die van de vele vluchtelingen die nu naar Europa komen en de ontvangst die velen van hen krijgen.

Opnieuw staat Europa op de rand van grote veranderingen en zijn de internationale verhoudingen veranderd.

Tegelijkertijd is er veel hetzelfde gebleven. Waar Charlie Hebdo harde spotprenten op de cover zet, moest ook de sjah zich in Parijs laten welgevallen dat hij op de voorpagina van een krant belachelijk werd gemaakt.

Sjeed Djamal maakt de bewuste keuze om het niet alleen over de sjah te hebben, maar zijn verhaal te mengen met dat van de vluchtelingen van nu. Hij is aanwezig als de vijfde aanslagpleger in Molenbeek wordt opgepakt en komt bijvoorbeeld met hulpgoederen aan bij een Duits asielzoekerscentrum en wordt daar zelf in eerste instantie als asielzoeker gezien.

Salam Europa wordt daarmee een verhaal dat op het eerste oog misschien leest als een Oosters sprookje, maar dat (gelukkig) meerdere lagen heeft.
Het is een verhaal over vertrouwen en liefde, maar ook over verraad, over verlies en leren omgaan met veranderingen. Over de ontmoeting tussen oost en west, tussen verschillende culturen, maar vooral over de menselijkheid die we allemaal delen.

Wat mij betreft is Salam Europa het mooiste boek van Kader Abdolah tot nu toe.

Uitgegeven in 2016 door uitgeverij Prometheus
Bladzijdes: 429

zondag 1 januari 2017

Overzicht van 2016 in foto's

Het is 2017 en ik wens iedereen een heel mooi jaar toe.
Maar voordat we vol 2017 ingaan, nog een laatste terugblik op 2016, in 12 foto's.

Januari
Ik ging naar een lezing van John Irving. Een geweldige ervaring
Februari
Umberto Eco overleed.
Zijn In de Naam van de Roos was de eerste echte intellectuele historische roman die ik las.
Een van de redenen dat ik geschiedenis ben gaan studeren. 
Maart
Prachtige tentoonstelling De stilte van het licht, nog samengesteld door
Joost Zwagerman. Heel bijzonder
April
Meedoen met de Urban Jungle Bloggers blijft feest.
Je bent creatief én je hebt mooie planten in huis
Mei
In Parijs was het prachtig als altijd. Dit is het nieuwe dak van Les Halles.
Ik vind het erg mooi. 
Juni
Ik ontdekte Albert Camus met dit boek.
Een van de mooiste ontdekkingen van dit jaar. 
Juli
Het balkon zomer-klaar krijgen blijft heerlijk. 
Augustus
Vakantie in Venetie met vriendin M. Geweldig in elk opzicht.
Heel mooi ook om Murano en Burano te bezoeken. 
September
Dit boek bewijst hoe geweldig Delphine de Vigan is.
En hoe goed Franse literatuur. 
Oktober
De herfst treedt in.
November
De mooiste stem ter wereld zwijgt voorgoed. Leonard Cohen overlijdt.
Zijn laatste cd is magnifique.
December
De laatste grote tentoonstelling van dit jaar, maar wat een prachtige afsluiter!
Een geweldige dag waarop ik zoveel moois zie dat ik het bijna niet kan bevatten. 

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...